donderdag 16 februari 2017

Verkiezingsdebat FNV

FNV Uitkeringsgerechtigden nodigt je uit voor het verkiezingsdebat over de Toekomst van de Sociale Zekerheid.

Aanwezig zullen zijn (kandidaat) Tweede Kamerleden van PvdA, Groen Links, ChristenUnie, SP, CDA en D66.
Aan de hand van stellingen over het verplicht moeten werken zonder loon en daardoor de verdringing van vast werk, de bejegening van uitkeringsgerechtigden en het invoeren van een basisinkomen, om te beginnen voor Bijstandsgerechtigden.
Het debat staat onder leiding van Frenk van der Linden.

De middag begint met een schets over de Sociale Zekerheid door Gijsbert Vonk,
hoogleraar Sociale Zekerheid aan de Universiteit van Groningen.
Hij is ervan overtuigd dat de Sociale Zekerheid stevig moet veranderen. Zijn verhaal gaat over waarom dat moet en hoe dat kan.

De middag eindigt met een kort gesprek met Ruud Kuin, vice voorzitter FNV.

Verkiezingsdebat over de Toekomst van de Sociale Zekerheid
Woensdag 1 maart 2017
Inloop vanaf 13.30 uur, programma vanaf 14.00 uur
Locatie: De Burcht, Henri Polaklaan 9 te Amsterdam
Gratis toegang
Opgave voor 22 februari bij rac-amsterdam@fnv.nl
Er is een beperkt aantal plaatsen beschikbaar die op basis van het moment van de ontvangst van de ontvangen aanmelding, verstrekt worden.

We hopen jullie dan te ontmoeten,
Met vriendelijke groet,

Sectorbestuur

FNV Uitkeringsgerechtigden

dinsdag 14 februari 2017

Belasting voorlichting voor uitkeringsgerechtigden

Georganiseerd door de BWZ Zaanstreek en de Bijstandsbond

Gratis informatiebijeenkomsten over uw inkomstenbelasting en toeslagen (en de wijzigingen per 2016 en 2017)

op D.V. donderdag 9 maart a.s.

-om 14 uur bij de Bijstandsbond, TET-theater
ingang Da Costakade 162  1053 XD  Amsterdam
en

-om 19.30 uur bij “Bij Simon de Looier”
ingang Looiersgracht 70-72  1016 VT  Amsterdam

Deze bijeenkomsten zijn bedoeld voor alle uitkeringsgerechtigden, ook voor diegenen die nog weinig ervaring hebben met hun aangifte inkomstenbelasting en/of toeslagen of om welke reden dan ook geen gebruik van toeslagen meer durven te maken. Deelname is geheel vrijblijvend. Binnen de grenzen der wet geven wij tips om zo weinig mogelijk belasting te betalen of zoveel mogelijk geld terug te krijgen.

Presentatie door belastingdeskundigen
Martin Suer RB en/of Jan van Zaane RS
van de BWZ. Duur 1,5 a 2 uur.
Aanmelden mag maar is niet verplicht.

BWZ, voor alle Zaanse uitkeringsgerechtigden:
bwz-online@hetnet.nl  www.bwz-online.nl 075-6178497
Bij Simon de Looier:  amsterdam@bijbelcentrum.nl   www.bijsimondelooier.nl  020-6227742
Bijstandsbond Amsterdam: info@bijstandsbond.org   www.bijstandsbond.org   020-6898806

donderdag 2 februari 2017

Schandelijke actie UWV


Alle mensen met een Wajonguitkering die daarnaast inkomen ontvangen hebben vorige week een brief gekregen van het UWV. Het UWV is in die brieven van oordeel, dat de Wajonger loonvormende arbeid kan verrichten omdat hij een inkomen heeft naast de Wajong. En daarom zal de uitkering per 1 januri 2018 worden verlaagd van 75% naar 70% dus naar bijstandsniveau. Je kunt deze verlaging voorkomen als je binnen drie weken informatie verstrekt dat je een AWBZ indicatie hebt. Mensen met zo’n indicatie zitten bijvoorbeeld in een gezinsvervangend tehuis. Deze mensen werken vaak al jaren als zeer zwaar gehandicapte op een sociale werkplaats en hebben daaruit inkomen. Deze mensen zijn niet tot loonvormende arbeid in staat. Het werk wat ze doen wordt ook wel dagbesteding genoemd. Van deze mensen wordt als ze niet binnen drie weken reageren, automatisch hun uitkering verlaagd, en gaan ze automatisch terug naar bijstandsniveau. Dit is een schandelijke actie. Het UWV kan uit zijn eigen dossiers opmaken, of mensen tot loonvormende arbeid in staat zijn en als ze twijfelen, kunnen ze de mensen herkeuren. Maar op deze manier worden mensen die zichzelf moeilijk kunnen verdedigen automatisch op bijstandsniveau gebracht. Dergelijke ‘piepsystemen’ om bezuinigingen te kunnen doorvoeren zonder deugdelijke beoordeling betekenen onterechte verlagingen van uitkeringen

vrijdag 27 januari 2017

Workshop basisinkomen bij de Bijstandsbond


Er zijn geen historische maatschappij formaties waar er altijd fatsoenlijke werk voor iedereen was en waar er geen discriminatie was in verschillende vormen. Het basisinkomen is bewust bedoeld als fundamentele maatregel voor sociale rechtvaardigheid voor alle mensen. En dat is een teken van echte democratie. Het woord democratie bestaat uit twee gedeelten. Demos en cratia. Dus dat is volk en creëren. Democratie word gecreëerd door het hele volk niet door een klein gedeelte - de politici. Dit duidt erop dat ons parlementaire stelsel de democratie niet werkelijk als fundament heeft. Voor andere alternatieven organiseer ik op 3 februari een lezing over Basisinkomen en sociale rechtvaardigheid, bij de Vereniging Bijstandsbond Amsterdam, Da Costakade 162, om 18:00. 020-6898806. info@bijstandsbond.org

Petar Kapralov

woensdag 25 januari 2017

Flexibel met Flextensie: goedkoper kunnen we het niet maken


Anja Eleveld, onderzokster en wetenschappelijk medewerkster aan de Vrije Universiteit, heeft een artikel geschreven over de uitzendconstructie van het bedrijf Flextensie. Het is wellicht mogelijk dat de werkloze die via Flextensie werkt met succes voor de rechter een beroep kan doen op het uitgangspunt, dat er sprake is van een arbeidsovereenkomst met alle daarbij behorende rechten. Hieronder volgt het artikel.

Flexibel met Flextensie: goedkoper kunnen we het niet maken
De afgelopen weken heeft een aantal landelijke dagbladen uitgebreid aandacht besteed aan de werkwijze van het bedrijf Flextensie (Trouw 29 december, NRC 20 januari en Volkskrant 25 januari). Vandaag (25 januari) wordt naar aanleiding van Kamervragen hierover  gedebatteerd in de Tweede Kamer.
Waar gaat het over? Flextensie is een bedrijf dat bijstandsgerechtigden uitleent aan reguliere werkgevers waar zij met behoud van de Participatiewet-uitkering en een bonus van €2,- per uur werkzaamheden verrichten. De inleenbedrijven betalen een vergoeding voor de uitgevoerde werkzaamheden.  Deze vergoeding wordt vervolgens verdeeld tussen Flextensie en de gemeente. Flextensie, deelnemende gemeenten en enige door de dagbladen geïnterviewde bijstandsgerechtigden benadrukken dat hiermee een opstapje naar regulier werk wordt gecreëerd. Tegenstanders menen dat bedrijven door deze werkwijze op een wel hele goedkope manier aan werknemers komen. Er zou sprake zijn van verdringing en ‘dwangarbeid’.
Als arbeidsrechtjurist vraag ik me af of en onder welke omstandigheden bijstandsgerechtigden die door Flextensie te werk worden gesteld, feitelijk werken op een arbeidsovereenkomst c.q. uitzendovereenkomst. Indien hiervan sprake zou zijn, dan maken deze bijstandsgerechtigden mogelijk aanspraak op het minimumloon en andere arbeidsrechtelijke bescherming.
Doel en uitvoering van de overeenkomst
Om te bepalen of sprake is van een arbeidsovereenkomst is, moeten we niet alleen kijken naar hetgeen de partijen bij het sluiten van de overeenkomst zijn overeengekomen, maar ook hoe hieraan uitvoering is gegeven. Zo luidt althans de standaardregel die is voortgekomen uit de rechtspraak. Toegepast op de Flextensie werkwijze kan gesteld worden dat niet alleen van belang is wat in een gemeentelijk besluit en/of een re-integratieovereenkomst is opgenomen ten aanzien van de re-integratieverplichting van een specifieke bijstandsgerechtigde, maar ook hoe aan dit besluit of aan deze re-integratieovereenkomst uitvoering wordt gegeven. Daarbij moet worden nagegaan of voldaan is aan alle elementen die we terugvinden in de definitie van de arbeidsovereenkomst uit artikel 7:610 van het Burgerlijk Wetboek (BW), namelijk loon, arbeid en gezag. Bovendien, zo volgt uit de rechtspraak, moet daarbij acht geslagen worden op alle omstandigheden van het geval in onderling verband bezien. In dit blog zal ik aan de hand van een bespreking van deze elementen in het kader van de Flextensie werkwijze betogen dat het niet is uitgesloten dat een arbeidsovereenkomst/uitzendovereenkomst met de kandidaat (bijstandsgerechtigde) is ontstaan nadat deze werkzaamheden is gaan verrichten bij een inlenend bedrijf (reguliere werkgever).
Loon
Het eerste element van de arbeidsovereenkomst dat ik hier wil bespreken is ‘loon’. Dit wordt ook wel gedefinieerd als de vergoeding die de werkgever aan de werknemer is verschuldigd ter zake van de bedongen arbeid. In de rechtspraak is de vraag aan de orde geweest of een bijstandsuitkering opgevat kan worden als loon. Tot nu toe is deze vraag ontkennend beantwoord: de verplichte deelname aan arbeidsactiviteiten in het kader van een Participatiewet uitkering dient te worden opgevat als een voorwaarde voor het verkrijgen van een uitkering, in plaats van een onmiddellijke tegenprestatie voor de verrichte werkzaamheden.
Een relevante omstandigheid met betrekking tot de werkwijze van Flextensie is evenwel dat aan de bijstandsgerechtigde een vergoeding van €2,- per uur wordt betaald voor de verrichte werkzaamheden. De hoogste rechterlijke instantie in het civiele recht  (Hoge Raad) heeft geoordeeld dat ook in het geval de beloning voor de verrichte werkzaamheden zeer laag is (bijvoorbeeld € 0,8 0 per uur), dit niet uitsluit dat hiermee is voldaan aan het element ‘loon’. Met andere woorden, een beloning van € 2,- per uur staat op zich zelf niet in de weg aan het aannemen van een arbeidsovereenkomst. Flextensie noemt de vergoeding van € 2,- per uur een ‘premie voor arbeidsinschakeling’ (zie NRC 20 januari). Hiermee lijkt Flextensie te willen aansluiten bij de benaming die artikel 10a van de Participatiewet geeft aan het bedrag dat wordt uitgekeerd ter bevordering van arbeidsinschakeling van bijstandsgerechtigden die werken op een een participatieplaats. Het feit dat een private partij een specifieke naam geeft aan de vergoeding sluit echter niet uit dat deze als tegenprestatie voor de door bijstandsgerechtigde verrichte werkzaamheden - en daarmee als loon - moet worden aangemerkt. De omstandigheden van het geval zullen hierbij leidend zijn.
Arbeid
Een andere vraag is of de bijstandsgerechtigde die activiteiten verricht in het kader van zijn/haar re-integratie ‘arbeid’ verricht in de zin van art. 7:610 BW, zeker nu deze activiteiten ook een leerelement bevatten. Een vergelijkbare vraag is in de rechtspraak  aan de orde geweest met betrekking tot de activiteiten die worden uitgevoerd in het kader van een stageovereenkomst. De rechter oordeelde in deze zaken dat niet snel sprake zal zijn van een arbeidsovereenkomst indien de door de stagiaire verrichte activiteiten vooral gericht zijn op het uitbreiden van de eigen kennis en ervaring.
De hoogste rechter op het terrein van het socialezekerheidsrecht (Centrale Raad van Beroep) heeft in de afgelopen jaren verscheidende malen geoordeeld dat, ook in situaties waar partijen formeel een arbeidsovereenkomst hebben gesloten ter re-integratie van de voormalige bijstandsgerechtigde,  niet was voldaan aan de wettelijke definitie van de arbeidsovereenkomst nu het element ‘arbeid’ ontbrak. De afgesproken ‘werkzaamheden’ bestonden in deze zaken uit sollicitatietrainingen en het zoeken naar vacatures, of uit arbeidswerkzaamheden die gericht waren op het gewend raken aan een normaal arbeidsritme en het omgaan en samenwerken met collega’s. De rechter achtte echter wel een arbeidsovereenkomst aanwezig, indien aan deze (re-integratie) werkzaamheden economische waarde toekwamen en ze niet waren gericht op het vergroten van kennis en het opdoen van werkervaring.
De Centrale Raad van Beroep heeft recent uitspraak gedaan in twee zaken waar een (voormalige) bijstandsgerechtigde een overeenkomst had gesloten met een re-integratiebedrijf dat door de gemeente was ingeschakeld om hem/haar te detacheren bij een reguliere werkgever. In de overeenkomst was vermeld dat het ging om een arbeidsovereenkomst. De Raad oordeelde dat, zolang betrokkene niet is uitgeleend aan een werkgever er geen ‘arbeidsovereenkomst (uitzendovereenkomst)’ tussen de betrokkene en het uitlenende reïntegratiebedrijf tot stand is gekomen. Pas op het moment dat betrokkene daadwerkelijk wordt uitgeleend aan een werkgever alwaar h/zij (productieve) arbeid gaat verrichten, komt een 'arbeidsovereenkomst (uitzendovereenkomst)' tot stand. Deze zaken laten zien dat onder omstandigheden de overeenkomst tussen een bijstandsgerechtigde en Flextensie aangemerkt zou kunnen worden als een uitzendovereenkomst, op voorwaarde dat de bijstandsgerechtigde daadwerkelijk wordt uitgeleend aan een reguliere werkgever waar h/zij arbeid verricht dat van economische waarde is.
Een belangrijk verschil tussen laatstgenoemde zaken en de Flextensie werkwijze is evenwel dat partijen de overeenkomst  een ‘arbeidsovereenkomst’ hadden genoemd en dat betrokkenen dienovereenkomstig het minimumloon  verdienden. Maar hoe zou de rechter oordelen indien de overeenkomst niet was voorzien van het etiket ‘arbeidsovereenkomst’, en evenmin het minimumloon was uitbetaald? Om deze vraag te beantwoorden is wederom de rechtspraak met betrekking tot leerstages relevant. Zoals eerder vermeld wijkt een stageovereenkomst af van een arbeidsovereenkomst in de zin dat in een arbeidsovereenkomst het leerelement voorop staat. De scheidslijn tussen een stage en een arbeidsovereenkomst is echter niet altijd goed te trekken. Belangrijke factoren zijn bijvoorbeeld de mate waarin de onderwijsinstelling zeggenschap heeft over de activiteiten die de leerling bij het bedrijf verricht en de mate waarin de activiteiten voor de partijen profijtelijk zijn. Ik kom hier aan het eind van deze blog op terug.
Gezag
Tot slot het element ‘gezag’. In het arbeidsrecht wordt een gezagsrelatie aanwezig geacht wanneer de ene partij het recht heeft om bindende instructies te geven aan de andere partij. In uitzendrelaties wordt vaak onderscheid gemaakt tussen de feitelijke gezagsverhouding (tussen de werknemer en het inlenende bedrijf ) en de contractuele gezagsverhouding (tussen de werknemer en de uitzendorganisatie). Bij de werkwijze van Flextensie is het niet op voorhand duidelijk hoe het zit met die gezagsverhouding. Van belang is bijvoorbeeld, of en hoe de gemeente invloed kan uitoefenen op de aard van de werkzaamheden van de bijstandsgerechtigde en de wijze waarop h/zij deze de werkzaamheden uitvoert.
Omstandigheden van het geval
Uit het voorgaande blijkt dat niet eenvoudig kan worden vastgesteld of bijstandsgerechtigden die door Flextensie worden uitgezonden om arbeid te verrichten bij een reguliere werkgever deze arbeid verrichten op basis van een arbeidsovereenkomst/uitzendovereenkomst. Het is mijns inziens met name niet helder of voldaan wordt aan de elementen ‘arbeid’ en ‘gezag’. Om hierover meer duidelijkheid te krijgen, dient kortgezegd gelet te worden op het volgende:
  • Wat staat centraal bij het verrichten van de werkzaamheden: het leren of het leveren van productie?
  • Wat is de zeggenschap van de gemeente en/of het door de gemeente ingeschakelde re-integratiebedrijf over het leerproces van de bijstandsgerechtigde?
Een gedeeltelijke antwoord op deze kernvragen kunnen we vinden in de algemene inleenbepalingen en de leveringsvoorwaarden van Flextensie (zie www.flextensie.nl), daarnaast heb ik via een Wob procedure inzage gekregen in een overeenkomst die is gesloten tussen Flextensie en een gemeente. Gezien de inhoud van deze documenten is het naar mijn mening niet uitgesloten dat sprake is van een uitzendovereenkomst of arbeidsovereenkomst. In de overeenkomst tussen Flextensie en de gemeente wordt bijvoorbeeld geen aandacht besteed aan leeraspecten. Het verdienmodel en het leveren van productie staat centraal. Zo wordt de ‘bediening van flexmarkten’ als doel geformuleerd en spreken partijen over de facturering van de ‘fee’ op een wijze dat is gerelateerd aan het wettelijk minimum loon en de loonwaarde van de kandidaat. Het leerelement staat wel centraal in artikel 1 van de algemene inleenbepalingen. Dit artikel stelt dat de inzet van de kandidaat plaats vindt in het kader van zijn re-integratie en dat de opdrachtgever de kandidaat daartoe stimuleert bij het ontwikkelen van zijn vaardigheden en werkervaring. Maar hier blijft het bij. De overige bepalingen wijzen op de feitelijke gezagsrelatie (lijkt te liggen bij de inlener ofwel reguliere werkgever) en de contractuele gezagsrelatie (lijkt te liggen bij Flextensie). De door Flextensie gehanteerde leveringsvoorwaarden zijn bovendien in grote lijnen gelijk aan de leveringsvoorwaarden die gehanteerd worden door de grootste brancheverenigingen voor uitzendbureaus, de ABU en de NBBU.
Ten aanzien van de leveringsvoorwaarden van Flextensie springen verder twee bepalingen in het oog. In de eerste plaats verplicht artikel 8 d de inlener tot betaling van een vergoeding aan Flextensie indien hij een arbeidsovereenkomst met de kandidaat (bijstandsgerechtigde) wenst aan te gaan. Een dergelijke verplichting lijkt me eerder belemmerend dan bevorderend voor de re-integratie van bijstandsgerechtigden naar regulier werk. Op grond van een tweede (nogal merkwaardige) bepaling uit de leveringsvoorwaarden (artikel 6 d) eindigt elke opdracht van rechtswege op het tijdstip ‘dat Flextensie Nederland de arbeidskracht hun arbeidsovereenkomst met Flextensie Nederland opzeggen’. Afgezien van de vraag of deze zin grammaticaal gezien juist is, lijkt Flextensie de bijstandsgerechtigde een ‘arbeidskracht’ te noemen die met Flextensie een arbeidsovereenkomst is aangegaan.
Echter voor een definitieve beoordeling van de vraag of een arbeidovereenkomst/uitzendovereenkomst is ontstaan dient, zoals uit de rechtspraak blijkt, acht te geslagen te worden op 'alle omstandigheden van het geval'. Geïnspireerd door het Logidex arrest waar de vraag aan de orde was of het bemiddelingsbureau Logidex dat leerlingen van een mbo opleiding plaatst bij stage werkgevers, een uitzendovereenkomst was aangegaan met de leerlingen, dienen de volgende omstandigheden meegewogen te worden:
  • Wat is  precies afgesproken tussen de partijen (gemeente, Flextensie, inlener en bijstandsgerechtigde)? Hier dient met name gelet te worden op hetgeen is afgesproken met betrekking tot het doel van re-integratie van de bijstandsgerechtigde.
  • In hoeverre controleert de gemeente of deze afspraken worden nagekomen?
  • In welke mate is het verrichten van de werkzaamheden in het belang voor de re-integratie naar regulier werk voor deze bijstandsgerechtigde, gezien zijn/haar werkervaring, opleiding, leeftijd en het voltooien van eerdere re-integratietrajecten.
  • Wie heeft het initiatief genomen tot aanmelding bij Flextensie?
  • Hoe is de plaatsing van de bijstandsgerechtigde bij het inlenende bedrijf tot stand gekomen?
  • Waar ligt de instructiebevoegdheid ten aanzien van de kandidaat (waaronder de duur van de plaatsing en in hoeverre is de duur van de plaatsing gerelateerd aan de leerdoelen)?
  • Worden kandidaten geplaatst op verzoek van bedrijven of worden bedrijven gezocht die bij de kandidaten passen?
  • Kan de gemeente de plaatsing van de bijstandsgerechtigde bij het bedrijf eenzijdig beëindigen?
Het laatste woord hierover is aan de rechter. Mocht de rechter - indien hierover zou worden geprocedeerd -  oordelen dat sprake is van een uitzendovereenkomst tussen de bijstandsgerechtigde en Flextensie, dan dient Flextensie de bepalingen uit titel 10 van boek 7 van het Burgerlijk Wetboek (de arbeidsovereenkomst) en de algemeen verbindend verklaarde Cao voor Uitzendkrachten (2012-2017) na te komen. Betekent dit dat een effectief opstapje voor bijstandsgerechtigden naar regulier werk om zeep wordt geholpen? Dat hoeft niet het geval te zijn. Opdrachtgevers zijn kennelijk bereid een vergoeding te betalen voor deze werknemers, afhankelijk van de loonwaarde van de betreffende werknemer. De Participatiewet biedt vervolgens de gemeente de mogelijkheid om een lage loonwaarde aan te vullen met loonkostensubsidie en door middel van een no-risk polis te voorkomen dat de werkgever financieel risico loopt bij ziekte van de werknemer. Dit neemt niet weg dat de kosten voor de werkgever waarschijnlijk hoger zullen uitvallen, nu voor deze werknemers loonbelasting en premies sociale zekerheid moet worden opgehoest. Daar staat tegenover dat met deze constructie (voormalig) bijstandsgerechtigden in ieder geval verzekerd zijn van arbeidsrechtelijke bescherming waar ze recht op hebben.
n.b. een meer uitgebreide versie van dit blog onderbouwd met rechtspraak en Kamerstukken zal worden gepubliceerd in een juridisch tijdschrift. Ik zal u via dit blog daarvan op de hoogte houden.

maandag 26 december 2016

AOW en belastingen. Mensen die in 2011 65 werden hebben nog 1 dag om een belastingformulier in te vullen. Je kunt geld terugkrijgen!

Belastingen en teruggave voor mensen die voor het eerst AOW krijgen
Mensen die in 2011 65 jaar werden en toen AOW kregen hebben nog 1 dag om een belastingformulier in te vullen. Het loont de moeite. Als je in de loop van het jaar AOW gerechtigd wordt, kun je veel terugkrijgen van de belasting. Bij het inkomen dat je in het belastingjaar had voor je AOW kreeg wordt geen rekening gehouden met de ouderenkortingen en het lage ouderentarief waar je recht op hebt als je AOW krijgt. Maar als je belastingaangifte doet heb je recht op toepassing van de ouderenkortingen en het lage belastingtarief voor AOW-ers over het hele jaar. Dus dan krijg je geld terug.

Het hangt ervan af wanneer je in de loop van het jaar AOW krijgt hoeveel je terugkrijgt. Januari is ongunstig, weinig terug, december gunstig, veel terug. Je kunt het belastingformulier ook invullen met terugwerkende kracht. Je kunt nog tot 5 jaar terug belasting terugkrijgen. Dus mensen die in 2012 65 jaar werden en AOW kregen (toen was het nog op je 65ste verjaardag) kunnen over het hele jaar 2017 nog een formulier invullen en belasting over 2012 terugkrijgen.
Mensen die in 2011 AOW kregen hebben nog 1 dag om een formulier in te vullen en de teruggave aan te vragen.

maandag 12 december 2016

Reïntegratie perikelen in Amsterdam. Een actueel overzicht en een stukje geschiedenis

De gemeente Amsterdam kent een lange geschiedenis van malversaties en misstanden in de reintegratie bussiness. Een rapport van het Bureau Integriteit van de gemeente over misstanden bij de projecten van stichting Herstelling was aanleiding voor veranderingen in het reïntegratiebeleid onder SP wethouder Arjen Vliegenthart. Maar de gemeente werkt nog steeds samen met de stichting in het project 'Vinkebrug'. Het centrum aan de Laarderhoogweg wordt gesloten. Op nieuwe locaties in vier stadsdelen wordt het reïntegratiebeleid voortgezet. De hoofdvestiging komt waarschijnlijk aan de Van der Madeweg. Basis voor het nieuwe reïntegratiebeleid is het 'Koersbesluit reintegratie'.

Er is in het verleden heel wat te doen geweest over het werken met behoud van uitkering oftewel dwangarbeid in Amsterdam en over het reïntegratiebeleid dat de gemeente voerde. Om wat verder in het verleden terug te gaan: eind jaren negentig van de vorige eeuw had de gemeente Amsterdam een contract met Arbeidsvoorziening Noord-Holland Zuid. Wat betreft het jaar 1999 kon Arbeidsvoorziening 20 miljoen gulden niet verantwoorden. Bij nader onderzoek van de dossiers van de werkzoekenden bleek, dat 50% van dei dossiers niet voldeden aan een goede verantwoording van verrichte activiteiten. Die waren er in werkelijkheid niet, of niet geregistreerd. Accountants weigerden de verantwoording aan de gemeente Amsterdam  goed te keuren. Het Ministerie van Sociale Zaken eiste het geld terug dat aan de gemeente Amsterdam was uitbetaald. De gemeente vorderde daarop het geld bij Arbeidsvoorziening, die een gedeelte van het geld, dat al aan hen was uitbetaald, moest terugbetalen.

ander voorbeeld

Of neem een ander voorbeeld. In de tweede helft van 2001 en de eerste helft van 2002 werd een ideetje van toenmalig wethouder Jaap van der Aa uitgevoerd, namelijk de opzet van een 'megabanenmarkt'. Alle bijstandsgerechtigden in Amsterdam moesten in een jaar tijd komen opdraven in een groot hallencomplex even voorbij station Sloterdijk. Het enige dat er mega aan was, was de grootschalige opzet. Banen waren er niet in de aanbieding. Er werden van alle bijstandsgerechtigden geheel nieuwe dossiers gemaakt, en velen werden onder druk gezet naar werk te zoeken dat er niet was. De Megabanenmarkt werd dan ook een grote flop. 200 miljoen euro werd over de balk gesmeten zonder aanwijsbaar resultaat.

Weer vele jaren later. Een van de hoofdrolspelers in het  eerstgenoemde drama met Arbeidsvoorziening Noord-Holland Zuid kwam in de publiciteit door veronderstelde malversaties en misstanden in het grote commerciële reïntegratiebedrijf, dat hij na het verdwijnen van Arbeidsvoorziening had opgericht. Dit bedrijf had ook contracten met de gemeente Amsterdam. De Bijstandsbond heeft o.a. de misstanden bij dit reïntegratiebedrijf aan de orde gesteld. Een directeur van de Dienst Werk en Inkomen, dus durecteur van een organisatie die altijd naarstig op zoek is naar werklozen die zwart een zakcent bijverdienen, zei sprekend over de malverstaties van het grote commerciële reïntegratiebedrijf in Het Parool:  'fraude wil ik het niet noemen'. De hele gang van zaken was voor de gemeente wel aanleiding het roer om te gooien en weinig meer met commerciële reïntegratiebedrijven in zee te gaan. De reïntegratieactiviteiten werden voortaan in eigen beheer uitgevoerd en in samenwerking met de stichting Herstelling. Ik heb mij dikwijls afgevraagd: wanneer komt de parlementaire enquête over de reïntegratie-industrie van de afgelopen 20 jaar.

Herstelling

De afgelopen jaren bleek, dat er ook in de projecten van de stichting Herstelling het nodige mis was. De Bijstandsbond publiceerde meerdere zwartboeken, het bureau integriteit schreef een tot op heden geheim rapport over misstanden bij de projecten van De Herstelling aan de Laarderhoogteweg en in het Amsterdamse Bos en twee wetenschappers bogen zich vorig jaar over de misstanden en de puinhopen van de reïntegratie in Amsterdam om verbetervoorstellen te kunnen doen. Zij schreven rapporten, die ook niet allemaal openbaar zijn, maar wel het rapport 'door de bomen het bos weer zien'. Zelfs de gemeenteraad werd maar in globale lijnen op de hoogte gesteld van het geheime rapport van Bureau Integriteit. En de buitenwereld weet er alleen iets van door een summier kort persbericht van de gemeente Amsterdam en op basis van wat wethouder Vliegenthart over het rapport heeft gezegd in openbare gemeenteraadsvergaderingen of vergaderingen van commissies.. Daaruit blijkt dat in het geheime rapport wordt ingegaan op het feit, dat de Bijstandsbond jarenlang de misstanden op diverse manieren aan de orde heeft gesteld, maar dat de politiek ziende blind en horende doof was. Jan Hoek, in een vorige periode gemeenteraadslid, fietste nog op een mooie voorjaarsdag naar het Amsterdamse Bos naar aanleiding van de klachten van de Bijstandsbond, sprak met de aanwezige dwangarbeiders en constateerde in een blog dat er allemaal niets aan de hand was.

veranderingen

Sindsdien is er heel wat veranderd. De gemeente zegde de samenwerking met de stichting Herstelling op, de directeur en sommige andere verantwoordelijken voor de misstanden werden op een zijspoor gezet. 'De Herstelling', en 'Laarderhoogweg' werden in de wereld van de werklozen gehaat en gevreesd.  De wethouder verklaarde diverse malen dat het centrum aan de Laarderhoogtweg zou worden gesloten. Een reeks van veranderingen moest nieuwe inhoud geven aan het reintegratiebeleid. Het werken met behoud van uitkering, soms jarenlang, werd op papier vervangen door 'leer-werk stages' van maximaal een half jaar. Het is de vraag of de nieuwe leer-werkstages werkelijk nieuw zijn, in die zin dat je er weliswaar werk in doet met behoud van uitkering, maar dat je ook een scholingstraject volgt waarbij je kennis en vaardigheden opdoet die je kansen op de arbeidsmarkt vergroten of dat het oude wijn in nieuwe zakken is, en dat de scholing in veel gevallen niets voorstelt en dat het daarom ook gewoon dwangarbeid is. Recente ervaringen van mensen die op de Laarderhoogtweg tewerk zijn gesteld wijzen erop dat er in de praktijk niet veel veranderd is.

straftrajecten

Het zijn nog steeds straftrajecten voor bijstandsgerechtigden waarbij ze onder zware druk wordt gezet met dreigementen over stopzetting van de uitkering, en waarbij mensen rechteloos gemaakt worden waarna sommigen er vervolgens aan onderdoor gaan. En leren doen ze er niets. Er is nog steeds een combinatie van angst en verveling. Er bestaat nog steeds een soort getrapt strafsysteem voor bijstandsgerechtigden en werklozen. Eerst een externe leerstage, mislukt dat, dan wordt je naar de Laarderhoogweg gestuurd, en mislukt dat ook, dan ga je soms naar het strafkamp Vinkebrug, ook al hoor je niet tot wat de 'top 600 criminelen' worden genoemd. Maar ontegenzegge;lijk is er met de komst van de Sp-wethouder wel wat veranderd in het reïntegratiebeleid. Zo weigert de wethouder de verplichte tegenpresatie voor mensen die kansloos zijn op de arbeidsmarkt zoals die staatssecretaris Klijnsma voor ogen staat uit te voeren. In plaats daarvan stuurde hij ambtenaren op pad naar buurthuizen e. d. alwaar zij vriendelijke gesprekken gingen voeren met bijstandsgerechtigden, die met eigen voorstellen mochten komen en die de gelegenehid kregen hun problemen te bespreken en over oplossingen na te denken zonder dat ze op een zinloze manier in allerlei projecten werden geduwd en onder druk gezet. Dat zijn de bijstandsgerechtigden die niet ingedeeld worden in de categorie kansrijk op de arbeidsmarkt want die worden heel anders behandeld.

verleden

Maar zoals gezegd niet alles is veranderd in het beleid. En vele ambtenaren en andere betrokkenen willen liever niet meer aan het verleden worden herinnerd. Sommigen die in het verleden bij misstanden of malversaties in de reïntegratie bussiness op een zijspoor werden gezet hebben inmiddels binnen of buiten het gemeentelijk apparaat weer hoge functies, soms elders in de gemeentelijke organisatie, soms ook in de reintegratie-industrie. Weliswaar heeft de gemeente de samenwerking met de stichting Herstelling grotendeels opgezegd. maar de stichting en haar directeur zijn nog steeds 'alive and kicking'. Blijkens de website die nog steeds in de lucht is. Vroeger liepen de gemeentelijke projecten en de projecten van stichting Herstelling aan de Laarderhoogtweg en elders door elkaar. Als werkloze wist je vaak niet met wie je te maken had. Dat is nu niet meer zo. Zoals gezegd, de  samenwerking met de stichting Herstelling aan de laarderhoogtweg is opgezegd.

interpretatie van de geschiedenis

Op de website van de stichting staat nu een geheel eigen interpretatie van de geschiedenis. De reden van de opzegging van de samenwerking zou zijn geweest, dat er een nieuwe SP wethouder was gekomen, die een geheel ander reïntegratiebeleid met andere prioriteiten wilde, en dat de stichting Herstelling daar niet in paste. Niet helemaal onwaar, misschien maar hooguit een klein gedeelte van de waarheid. De geconstateerde misstanden hebben een minstens even grote rol gespeeld. De stichting heeft haar website geheel opgeschoond. Over voorgaande jaren is niets meer terug te vinden. Ook zij willen liever niet teveel aan hun verleden worden herinnerd. Gelukkig hebben we de websites van de Bijstandsbond en van Doorbraak en ook de berichtgeving in o.a. Het Parool om de geschiedschrijving van de stichting wat aan te vullen. En zoals je misschien wel weet, wat eenmaal op internet staat gaat er nooit meer af. Kopiën van de oude website-versies door de jaren heen zijn te vinden in de 'way back machine'. Daaruit blijkt, dat de stichting Herstelling voor het eerst in 2000 een website lanceerde.

voortgezette samenwerking

Blijkens de website van de stichting Herstelling werkt de stichting nog steeds samen met de gemeente in het project 'Vinkebrug'. Dit project was oorspronkelijk bedoeld voor wat criminele jongeren worden genoemd, maar heeft zich uitgebreid tot 'mensen met ernstige gedragsproblemen' en 'onaangepasten'. Van de website: ' Het traject is praktisch van aard, strak georganiseerd en kent een no-nonsense aanpak. De duur van het traject is afhankelijk van de vorderingen van de deelnemer'. Met andere woorden: je kunt er geen peil op trekken als je daar zit, hoelang het gaat duren.  De werkwijze wordt de 'Vinkebrug methode' genoemd als vervolg op de 'methode Herstelling' die aan de Laarderhoogtweg werd uitgevoerd. Uit de website van de stichting zelf blijkt al, dat beslist niet alleen mensen uit de 'top 600 criminelen' tewerk worden gesteld. Er zijn ook werklozen bij, die bijvoorbeeld op de interne leerstages op de Laarderhoogtweg conflicten hebben gehad of andere mensen met wat 'gedragsproblemen' worden genoemd, die dan voor straf naar de Vinkebrug worden gestuurd. De deelnemers kunnen bij niet verschijnen een huisbezoek verwachten en er wordt gedreigd met sancties. Concrete scholing om je kennis en vaardigheden uit te breiden met meer kennis is er niet. Van de website: 'De werkzaamheden zijn eenvoudig, afwisselend en vinden vooral plaats in de buitenlucht. De werkzaamheden worden afgewisseld met sportlessen, fitness, zwemmen en PT training, waarbij gefocust wordt op groepsprocessen, communicatie en de onderlinge samenwerking'. 

Nieuw beleid

In een brief van 15 november aan de gemeenteraad laat het College van burgemeester en wethouders weten, dat de plannen voor het nieuwe reïntegratiebeleid  steeds concreter worden. Men zegt dat de locatie aan de Laarderhoogtweg niet meer voldoet aan de eisen die passend zijn binnen het nieuwe beleid. Het praktijkcentrum zal verhuizen naar een locatie aan de van der Madeweg 28.  De locatie op de Laarderhoogweg wordt 1 juni gesloten. Behalve op de van der Madeweg dat de hoofdvestiging zal worden waar de intakes plaatsvinden en ook machines staan die elders niet aanwezig zijn worden er kleinere vestigingen geopend in Noord, Zuid en waarschijnlijk Nieuw-West. Het project heet Amsterdamwerkt! en de stasdeel locaties heten NoordWerkt! ZuidWerkt! en Nieuw-WestWerkt!. Daarnaast komen er Zuid-OostWerkt! en OostWerkt!. Aangezien de van der Madeweg op de grens van Oost en Zuid-Oost ligt, komen daar ook de vestigingen van de stadsdelen Oost en Zuid-Oost. Op de verschillende vestigingen zal uitvoering worden gegeven aan de realisatie van interne leerstages, dus werken met behoud van uitkering.

Piet van der Lende