woensdag 12 februari 2020

Position paper van de Bijstandsbond over evaluatie van de Participatiewet


Op 20 februari houdt de vaste commissie Sociale Zaken en Werkgelegenheid van de Tweede Kamer een rondetafelgesprek over de Participatiewet. Aanleiding voor het gesprek is het rapport “Eindevaluatie van de Participatiewet” (1) van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP). De Amsterdamse Bijstandsbond (2) neemt ook deel aan het gesprek en heeft bovendien een “position paper” naar de Tweede Kamer opgestuurd. Hieronder de integrale tekst van dat stuk, waarmee de Bijstandsbond vanuit een visie van onderop forse kritiek levert op het beleid tegen mensen met een uitkering.

Ervaringen met de Participatiewet

Wij baseren dit position paper op de spreekuurervaringen van de Bijstandsbond. We hebben een inloopspreekuur in Amsterdam, waar wekelijks 20 tot 30 mensen komen, maar er bellen en mailen ook mensen uit andere delen van het land. De Bijstandsbond is een basisorganisatie van en door bijstandsgerechtigden en andere mensen met een uitkering, waarbij wij in ons spreekuur en bij belangenbehartiging handelen vanuit het perspectief van de mensen die het betreft.

De Participatiewet is de strengste bijstandswet ooit: sollicitatieplicht, huisbezoeken, tegenprestaties, het verplicht volgen van een re-integratietraject, werken met behoud van uitkering, sancties en nauwelijks ruimte om bij te verdienen. De wet is ingewikkeld, omdat het principe geldt dat steeds als je elders inkomsten of vermogen verwerft, dit verrekend moet worden met de uitkering, of steeds als je naar de mening van de overheid kosten bespaart, dit ook verrekend moet worden met je uitkering. Verder is er de partnertoets die leidt tot diep ingrijpen in het privéleven van veel bijstandsgerechtigden. Maar het SCP meldt: de wet werkt niet. De repressiemachine kleineert en helpt mensen eerder in de put dan naar een baan. De invoering van de Participatiewet ging gepaard met rigoureuze bezuinigingen. Daardoor wordt door de gemeenten op alles beknibbeld: de uitvoeringsorganisatie, de bijzondere bijstand, etc. Dat heeft verschillende gevolgen, die we hieronder uiteenzetten.

Eerst gaan we in op de gevolgen van de ingewikkelde regelgeving en de beknibbeling op de uitvoeringsorganisatie. Steeds als er belangrijke mutaties zijn, zoals scheiding van tafel en bed, een echtscheiding of een verhuizing, of inkomen uit een deeltijdbaan, treden er moeilijkheden op bij de toegang tot de Participatiewet. Er is vaak een periode, die soms lang duurt, waarin geen bijstandsuitkering wordt toegekend, terwijl de betrokkene juist in deze periode door de mutatie voor hoge uitgaven staat. Het duurt vaak zo lang omdat de uitvoeringsorganisatie niet in staat is om op korte termijn de ingewikkelde regelgeving te interpreteren en toe te passen op gecompliceerde persoonlijke situaties en de uitvoeringsorganisatie niet de capaciteiten heeft (kennis, personeel) om alles op een adequate wijze af te handelen.

Het systeem van voorschotten verstrekken werkt niet goed. In de wet staat dat de gemeenten na 4 weken tot 95% van de norm aan voorschotten kunnen verstrekken, maar in de praktijk voeren gemeenten dat vaak niet uit, weigeren ze een voorschot of verstrekken ze maar een klein percentage van de norm. De betrokkene doet dan een beroep op de omgeving, en krijgt geld van vrienden, bekenden en familieleden om de tijd door te komen. Dat levert dan weer moeilijkheden op bij de toekenning van de bijstandsuitkering, of de voortzetting ervan, want de sociale dienst wil bepalen of die giften geen inkomsten zijn en hoe men in de moeilijke periode aan geld gekomen is. De sociale dienst stuurt handhavers op pad, terwijl de betrokkene juist in een moeilijke periode zit, wat veel stress en slapeloze nachten oplevert. Die handhavers vragen je het hemd van het lijf, waardoor mensen zich in hun privacy aangetast voelen en onheus bejegend. En er worden bij de beoordeling fouten gemaakt, omdat men er bij voorbaat van uitgaat dat de betrokkene fraudeert.

De overheid gaat vaak uit van een geïnstitutionaliseerd wantrouwen jegens haar burgers, wat zich uit in opmerkingen en redeneringen van klantmanagers. Het komt voor dat dan de uitkering niet wordt toegekend, omdat niet alle gevraagde bewijsstukken zijn ingevoerd. Of gemeenten melden dat ze op grond van de gegevens niet kunnen bepalen of er recht bestaat op een uitkering. Veel sociale diensten gaan bureaucratisch-ambtelijk en gevoelloos met de situatie om, hoewel de betrokkene geen fraude heeft gepleegd. Hieronder worden enkele van de problemen die voortvloeien uit de combinatie van bezuinigingen, ingewikkelde strenge wetgeving en een geïnstitutionaliseerd wantrouwen jegens de burger nader uitgewerkt.

Verdienen naast je uitkering

Sinds enige tijd mogen inkomsten uit werk tot 6 maanden terug verrekend worden met de bijstandsuitkering. De uitvoering van deze maatregel laat veel te wensen over. Mensen krijgen geen brief met een berekening die ze kunnen controleren en ze moeten uit de uitkeringsspecificatie afleiden dat er inkomsten verrekend zijn.

Bijzondere bijstand

De bijzondere bijstand in veel gemeenten is totaal afgeknepen. De tijd is voorbij dat je voor duurzame gebruiksgoederen, zoals een wasmachine, een koelkast of een stofzuiger, in bijzondere omstandigheden bijzondere bijstand kon krijgen. De betalingen aan bewindvoerders en de eigen bijdrage-vergoeding in het kader van juridische procedures nemen het grootste deel van de bijzondere bijstand in beslag. Er wordt in veel gemeenten standaard gezegd: u kunt van uw uitkering sparen. Maar dat is niet waar. Als je spaargeld opbouwt, dan kom je niet meer in aanmerking voor kwijtschelding van gemeentelijke heffingen en waterschapslasten van tussen de 300 en 400 euro per jaar. Dit bedrag moet je eerst sparen om de heffingen te kunnen betalen. Pas wat je daarboven spaart, kun je gebruiken om duurzame gebruiksgoederen te kopen.

Kostendelers

De kostendelersnorm verdeelt mensen. Ze kunnen niet meer samenwonen zonder negatieve gevolgen voor hun inkomen, terwijl ze toch al krap zitten en elkaar nauwelijks nog kunnen helpen. De overheid         neemt zo zelf maatregelen die de zelfredzaamheid en de participatie die zij zegt na te streven belemmeren. Met name kostendelers die inwonen bij hun ouders en een kind hebben, terwijl de vader afwezig is, hebben het financieel erg zwaar. Ze komen niet in aanmerking voor zorgtoeslag en het kindgebonden budget. De regering wil dit niet veranderen met het argument dat het landelijk om maar 3.000 gevallen gaat. Maar ieder geval is er een teveel, dus dat is een onzinargument. Onlangs is nog een verslechtering in de kostendelersnorm opgetreden. Eerst was het zo dat bij bloedverwanten in de tweede graad de kostendelersnorm niet van toepassing was, bijvoorbeeld bij twee broers waarbij de ene broer voor de andere zorgt. Na een uitspraak van de Centrale Raad van Beroep is dat veranderd en geldt de kostendelersnorm ook voor hen. De kostendelersnorm moet worden afgeschaft. Het stapelen van uitkeringen, het argument waarmee de kostendelersnorm werd ingevoerd, geldt maar in een klein aantal gevallen.

Leven beneden het wettelijk sociaal minimum

Uit de bovenstaande beschrijving blijkt dat de Participatiewet in de praktijk moeilijk toegankelijk is voor velen. Wij denken dat dat tot gevolg heeft dat velen die recht hebben op bijstand of op een aanvulling deze niet krijgen of pas na een lange periode en dat daardoor velen leven beneden het wettelijk sociaal minimum (WSM). Volgens cijfers van het CBS hadden in 2018 in Nederland 526.800 huishoudens een inkomen lager dan 101% van het WSM. Dat komt overeen met 841.800 personen waarvan 182.100 kinderen. Wij hebben het CBS gevraagd hoeveel van die huishoudens beneden het wettelijk sociaal minimum leven en het CBS gaf de volgende cijfers. In Nederland bedroeg het aantal huishoudens in 2018 lager dan 100% van het WSM 399.000. 105.000 huishoudens hadden zelfs een inkomen lager dan 80% van het WSM. Er kunnen verschillende oorzaken zijn waarom mensen leven beneden het WSM. Beschikken over een vermogen boven de bijstandsnorm is zo’n oorzaak. In Amsterdam heeft 38% van de huishoudens met een inkomen minder dan 80% WSM een vermogen groter dan de bijstandsnorm. In de categorie 80-100% van het WSM heeft 11% een vermogen boven de bijstandsnorm. Van het totale aantal huishoudens tot 120% van het WSM heeft 17% een vermogen boven de bijstandsnorm. Ook bij de AOW-ers die geen AIO ontvangen, heeft een klein percentage een vermogen boven de bijstandsnorm.

Dit is duidelijk niet de hoofdoorzaak waarom mensen leven van een inkomen beneden het WSM. Wij denken dat bijvoorbeeld veel ZZP-ers zonder vermogen leven beneden het WSM. Een groot probleem is dat ZZP-ers in sommige gemeenten geen aanvullende bijstand kunnen krijgen. Sommige gemeenten stellen zich op het standpunt dat je ingeschreven staat bij de Kamer van Koophandel als ondernemer en dat daarom geen aanvullende bijstand mogelijk is. Als ondernemer bijstand ontvangen kan in die gemeenten alleen als je gebruik maakt van de BBZ-regeling of werkzaamheden op bescheiden schaal verricht. In andere gemeenten gaan ze er soepeler mee om en is aanvullende bijstand wel mogelijk. Groot knelpunt is ook dat ZZP-ers die aanvullende bijstand krijgen, geen beroepskosten in rekening kunnen brengen. Wanneer je een IOAZ- of IOAW-uitkering hebt of via de BBZ kan het weer wel. Er is nader onderzoek nodig naar de oorzaken waarom mensen leven beneden het WSM, bijvoorbeeld een onderzoek van de Algemene Rekenkamer naar de effectiviteit, efficiency en bereik van de Participatiewet, zoals met de AOW ook is gebeurd in het rapport “Ouderdomsregelingen ontleed”.

De Participatiewet heeft ook allerlei gevolgen voor de reïntegratie en de positie van arbeidsgehandicapten. Veel arbeidsgehandicapten voelen zich onheus bejegend, omdat er niets voor hen wordt gedaan om hen bezigheden te geven of aan betaald werk te helpen. Tienduizenden met een beperking zitten thuis.

De kwaliteit van de reïntegratietrajecten is beneden de maat. Bijstandsgerechtigden moeten dikwijls met behoud van uitkering zeer eenvoudige werkzaamheden verrichten in werkplaatsen waar ze slecht worden behandeld en zich vernederd voelen. En de bemiddeling van jobhunters vindt uitsluitend plaats in de richting van flexibele ongeschoolde banen waar eerst ook weer met behoud van uitkering moet worden gewerkt. Het zijn standaard disciplineringstrajecten om “werknemersvaardigheden” aan te leren die alleen maar frustrerend werken. Inhoudelijk houdt het “werk” niets in en er zijn geen op maat gesneden toeleidingstrajecten met scholing en het aanleren van nieuwe vaardigheden. De eisen van de werkgevers zijn het uitgangspunt, qua voorwaarden, en een aanpassing aan de persoonlijke omstandigheden van de betrokkene vindt niet plaats.

Deze situatie is mede een gevolg van de rigoreuze bezuinigingen op de re-integratie, die een persoonlijke benadering onmogelijk maken. Maar het is ook een gevolg van de manier waarop tegen werkloze bijstandsgerechtigden wordt aangekeken. Klantmanagers, jobhunters en andere bemiddelaars oefenen druk uit op de betrokkene om zich aan te passen aan omstandigheden en voorwaarden waaraan hij/zij door beperkingen vaak niet kan voldoen. Vervolgens wordt de schuld bij de betrokkene gelegd, met als gevolg strafkortingen en onder druk zetten met denigrerende opmerkingen.

De jobcoaches en klantmanagers kunnen vaak niet met uitkeringsgerechtigden omgaan, ventileren vooroordelen, behandelen hen slecht of treden ontactisch op. Of ze delen werkzoekenden onterecht in  bij de categorie mensen met een beperking. Of ze zijn welwillend naar de bijstandsgerechtigden toe, maar zijn zelf gedwongen om mee te draaien in dit systeem. Het is nietszeggend labeltjes plakken. Mensen die op zich gezond zijn en die te maken krijgen met een disfunctionerende sociale dienst, worden op een hoop gegooid mensen met een beperking en krijgen daardoor zelf gezondheidsproblemen, zoals depressies en stress. En mensen met een beperking worden nog zieker dan ze al zijn.

De eisen van de werkgevers op het gebied van flexibele constructies staan niet ter discussie. Hen worden geen verwijten gemaakt. De gemeenten hebben geen beleidsinstrumenten in handen om het personeelsbeleid van werkgevers te beïnvloeden.

Het is bijzonder schrijnend in deze maatschappij dat mensen met een beperking tussen twee vuren zitten bij hun zoektocht naar aangepast werk. Zoals gezegd, aan de ene kant zijn er de werkgevers die mensen niet in dienst nemen en geen rekening met de beperkingen wensen te houden, omdat ze alleen veel producerende werknemers aannemen waarmee ze flink geld kunnen verdienen. Aangepast werk is bijna niet te vinden, en de wanhopige sollicitanten worden niet aangenomen of vallen uit door alle problemen op de arbeidsplaats. Aan de andere kant zijn er de sociale diensten die erop inzet om zoveel mogelijk mensen aan het werk te krijgen, zonder resultaat. De sociale diensten zetten bijstandsgerechtigden met een beperking onder druk door te dreigen met strafkortingen. Ze moeten solliciteren naar banen die er voor mensen met een beperking niet zijn, zodat die mensen terechtkomen in moeilijke situaties.

Er zijn veel projecten in het land om werkzoekenden aan werk te helpen. Werkgevers maken afspraken met vakbonden, gemeenten en de rijksoverheid over het aan werk helpen van arbeidsgehandicapten of mensen met een beperking. Wat zijn er de gevolgen van dat het personeelsbeleid van de werkgevers in feite niet is te beïnvloeden? Werkgevers nemen de krenten uit de pap voor een vast contract. Ze nemen bijvoorbeeld geen mensen aan met een psychische handicap, maar wel iemand met specifieke lichamelijke beperkingen die weinig begeleiding vereisen. De resultaten van dergelijke projecten zijn vaag, want ook zonder hulp en projecten stromen mensen vaak uit. Er wordt dan juichend gedaan over de uitstroom in een traject, terwijl de bijdrage van het project aan de kansen op betaald werk gering is. In de praktijk komen arbeidsgehandicapten nauwelijks aan het werk. In de afspraken die worden gemaakt met werkgevers zorgen die ervoor dat ze uit verschillende doelgroepen kunnen putten, bijvoorbeeld de doelgroep migranten naast arbeidsgehandicapten. Dat maakt het voor hen gemakkelijker om de krenten uit de pap te vissen.

Dwangarbeid

Het is af en toe in het nieuws: uitkeringsgerechtigden, meestal mensen met bijstand, die door gemeentebesturen gedwongen worden om in allerlei werkprojecten met behoud van uitkering arbeid te verrichten. En dat soms tot in lengte van dagen, zonder perspectief op een regulier arbeidscontract of reguliere arbeid voor een loon elders. Mensen moeten onder een bijstandsregime vaak ver beneden hun opleidingsniveau zeer eenvoudige werkzaamheden verrichten zonder perspectief op verbetering.

Op de spreekuren van belangenorganisaties en vakbonden komen schrijnende verhalen binnen over misstanden die heersen in de dwangarbeidprojecten. Slechte werkomstandigheden, intimidatie, vernederingen, dreigen met stopzetting van de uitkering als je niet constant naar de pijpen van de werkmeesters danst, en vaak zelfs daadwerkelijke kortingen of stopzettingen van de uitkering voor de meest futiele “overtredingen” van de zeer strenge regels. Schrijnend is dat je in dergelijke projecten vaak niets leert en dat ze op geen enkele manier bijdragen aan je kansen op de arbeidsmarkt. Ook meer in zijn algemeenheid worden soms zeer strenge sancties toegepast, zoals een korting van 100% gedurende een maand, oplopend tot een uitsluiting uit de uitkering van drie maanden. Deze sancties moeten worden afgeschaft.

Wij zijn in Amsterdam en elders samen met andere organisaties in opstand gekomen tegen deze mensonterende omstandigheden en gedeeltelijk met succes. Wij noemen dergelijke werken zonder loon-projecten dwangarbeid, omdat de omstandigheden voldoen aan de definitie van verboden verplichte arbeid en dwangarbeid in het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM). Werken zonder loon moet stoppen. Ook de tegenprestatie is in feite verboden verplichte arbeid volgens het EVRM, omdat dit niet als doelstelling heeft om mensen toe te leiden naar betaald werk.

Voorstellen

Wat moet er gebeuren?

1. Veel voorstellen zijn de afgelopen tijd in rapporten de revue gepasseerd. Door de WRR worden “basisbanen” voorgesteld. De commissie-Borstlap richt zich ook op de onderkant van de arbeidsmarkt. De vele voorstellen en de rapporten blijven echter stilstaan bij dat ene punt: de werkgevers zijn, als puntje bij paaltje komt, in hun personeelsleid volstrekt autonoom. Op die manier worden al die voorstellen een afkoopsom voor werkloosheid. Dat geldt ook voor een basisinkomen. Verder behelzen de voorstellen maatregelen die werken via het prijsmechanisme, waarop de werkgevers moeten reageren. Flexibele arbeid duurder maken bijvoorbeeld, in de hoop dat de werkgevers dan hun beleid zullen bijstellen. Het is sterk de vraag of deze indirecte manier van beïnvloeden via het marktmechanisme echt werkt. De Partij van de Arbeid heeft voorgesteld om aan de ene kant werkgevers te belonen die hun personeel zekerheid geven, en aan de andere kant werkgevers te belasten die de risico’s afschuiven op de werknemers. Zo wordt het veel aantrekkelijker om mensen weer in dienst te nemen. En bedrijven die het goede met hun mensen voor hebben, worden zo niet langer weggeconcurreerd door bedrijven die de werknemers uitknijpen. Aldus dat voorstel.

In onze ogen hebben al deze maatregelen aanvechtbaar effect. Nodig is een hernieuwde discussie over directe beïnvloeding van het personeelsbeleid van de werkgevers door de werknemers, in het kader van een agenda over democratisering van de economie. Verder zouden aanzetten kunnen zijn: herverdeling van de arbeid, arbeidstijdverkorting, vroege pensionering, arbeid naar de menselijke maat, terugdringing van de sociale onzekerheid, en verhoging van de minimumlonen en de daaraan gekoppelde uitkeringen, waarbij het wettelijk minimumloon naar 14 euro per uur gaat. Het bijstandsbedrag is simpelweg te laag, Op initiatief van de FNV loopt er nu een campagne voor verhoging van het minimumloon naar 14 euro per uur. De Bijstandsbond en veel andere organisaties hebben zich bij deze campagne aangesloten. Juist omdat mensen niet kunnen sparen voor bijvoorbeeld duurzame gebruiksgoederen of voor wat dan ook, moet de bijstandsuitkering substantieel omhoog.

2. Wat betreft de sociale onzekerheid: oppositie en regering discussiëren over een meer algemene verzekering tegen arbeidsongeschiktheid. Iedereen die werkt, zou steun moeten krijgen als het even tegenzit. Het moet niet uitmaken of je liever als zelfstandige aan de slag gaat of meer hecht aan een vast contract. Waar het om gaat, is dat alle werkenden moeten kunnen rekenen op een goed pensioen én een verzekering tegen arbeidsongeschiktheid. Volgens ons moet deze nieuwe volksverzekering tegen arbeidsongeschiktheid niet alleen gelden voor werkenden, maar voor alle inwoners. Dus ook voor bijstandsgerechtigden. Veel bijstandsgerechtigden zijn arbeidsongeschikt en kunnen niet werken. Dat heeft ook het SCP geconstateerd. Zolang die verzekering tegen arbeidsongeschiktheid er niet is, moeten die mensen met rust worden gelaten. Het opjaagbeleid van nu moet stoppen.

3. Wij pleiten voor een sociale bijstand, waarbij mensen niet worden gestraft voor werkloosheid, maar ze met vertrouwen worden behandeld en waarbij werken loont. Geef bijstandsgerechtigden meer rechten om te kunnen onderhandelen met de diverse partijen. In plaats van dwang en rechteloosheid die misbruik in de hand werkt. Geef mensen de mogelijkheid om zich te verdedigen. In dit kader pleiten wij ook voor afschaffing van de sollicitatieplicht. Veel bijstandsgerechtigden willen graag werken, de sollicitatieplicht is overbodig. Geen werken zonder loon en geen dwang op het gebied van een tegenprestatie, dat is wat we willen. De bezuinigingen van 2015 op de reïntegratiebudgetten moeten worden teruggedraaid. Voorzover reïntegratietrajecten worden uitgevoerd, moet dat gebeuren met instemming van de betrokkenen, gezamenlijk met hen, dus geen van bovenaf bedachte projecten waarbij vervolgens mensen in die projecten worden geduwd. Vaak passen die van bovenaf bedachte projecten niet bij de mensen en sluiten die niet echt aan op de gevraagde kennis en vaardigheden op de arbeidsmarkt. Sociale ontwikkelbedrijven kunnen de functie         van de vroegere sociale werkplaatsen overnemen.

4. Ondanks bovenstaande volksverzekering tegen werkloosheid zal bijstand nodig blijven als laatste vangnet voor mensen die in de andere regelingen buiten de boot vallen, bijvoorbeeld vrouwen die te maken hebben met een echtscheiding. Dat moet echter een andere bijstand worden dan nu. Geen kostendelersnorm, en verruiming van de mogelijkheden om een opleiding te volgen.

5. Als basis voor de ontwikkeling naar een socialere bijstand moet er een onderzoek komen naar de oorzaken van het feit dat honderdduizenden beneden het wettelijk sociaal minimum leven, bijvoorbeeld door de Algemene Rekenkamer.

maandag 27 januari 2020

Mars van #samenvoor14 van het stadhuis naar de Beurs in Amsterdam op Valentijnsdag


Op vrijdag 14 februari staat Voor 14 Amsterdam weer op. Na het startschot in december bij de RAI rukken we nu op naar de binnenstad. Op Valentijnsdag trekken we met een groot hart recht door hartje Amsterdam

Vanaf het stadhuis loopt de kleine beurs richting de grote beuers, om een vuist te maken naar de rijkste 1%: mensen moeten gaan boven winst!. De rijkdom in Nederland moet worden verdeeld. Het minimumloon moet naar 14 euro per uur. Sluit je bij ons aan!


zondag 19 januari 2020

Samen voor 14 - campagne voor hoger minimumloon


Klik hier voor onze webstek www.solidariteit.nl
------------------------------- Extra -------------------------------
Overwinning WAC-MAAN en Palestijnse arbeiders - WAC-MAAN
De Zaanstreek kende geen gilden - losse ploegen 28 - Hans Boot
Prijzen stijgen meer dan lonen - Maurice Ferares
----------------------- Ingezonden & Overgenomen --------------------
Minimumloon naar 14 euro - Bijstandsbond/stichting Wereldse Wijk
In ere herdacht - Maurice Ferares
Vordering woningcorporatie Vestia tegen huurders afgewezen
Solidariteit - Commentaar 399 - 19 januari 2020
Samen voor 14 - campagne voor hoger minimumloon
Piet van der Lende
Al eerder besteedde Solidariteit aandacht aan de nieuwe beweging "Samen voor 14". De benaming voor een initiatief van de FNV, waarbij bewust de samenwerking wordt gezocht met buurtorganisaties, belangenverenigingen en actiegroepen om samen op voet van gelijkwaardigheid van onderop een sociale beweging op te bouwen.

Organizers van de FNV gaan naar de buurten in de steden om te proberen lokale actiegroepen "Samen voor 14" te vormen. Uiteindelijk moet het een landelijke beweging worden, waarbij het voornaamste concrete actiedoel is om de politiek zover te krijgen het wettelijk minimumloon naar 14 euro per uur te verhogen. Maar het initiatief poogt ook een nieuw elan te bewerkstelligen om de belangenbehartiging van mensen aan de onderkant van de samenleving nieuwe impulsen te geven. De beweging is nadrukkelijk antiracistisch en streeft op basis van diversiteit en inclusiviteit (dus niemand uitgesloten) naar de deelname van veel groepen in de samenleving. Gericht op het doorbreken van de kunstmatige, door rechtse propaganda aangewakkerde, verdeeldheid langs etnische, sociale en culturele scheidslijnen.

Lange adem

De opbouw van de beweging "Samen voor 14" is een project van de lange adem. Het is tegenwoordig niet eenvoudig meer om mensen in beweging te krijgen. Velen hebben het vertrouwen in de politiek verloren en herinneren zich de defensieve acties van vroeger zonder resultaat, waarbij we kunnen denken aan de uitspraak van de vroegere VVD-minister Zalm, toen er een demonstratie voorbij trok op het Binnenhof: Ik zal naar ze wuiven.
Velen moeten ook alle energie die ze nog hebben, besteden aan het dagelijkse rondkomen, de eindjes aan elkaar knopen via een te lage uitkering of via laagbetaald en inspannend flexibel werk. En velen zijn arbeidsongeschikt of gehandicapt en beschikken niet, zoals de boeren, over de financiën van kapitalisten en andere middelen om harde acties uit te voeren. Ook blijkt het integreren van de antiracisme strijd eenvoudiger gezegd dan gedaan. In de praktijk is het best lastig om te gaan met spanningen tussen groepen en het buiten de deur houden van opvattingen uit PVV en FvD. Veel mensen wantrouwen niet alleen politici, maar ook vakbonden, hoewel de FNV nog altijd een miljoen leden heeft en veel mensen enthousiast zijn over de nieuwe campagne. Daar komt bij dat velen zich zo machteloos voelen dat ze geen hoop en ook geen geloof meer hebben dat het ooit nog door sociale strijd beter gaat worden. Het is van groot belang om die impasse te doorbreken.

Groeiende beweging

Het initiatief "Samen voor 14" is in april vorig jaar voorzichtig in Rotterdam begonnen en langzaam maar zeker breidt de beweging zich uit. Er zijn nu groepen gevormd in de vier grote steden Den Haag, Rotterdam, Amsterdam en Utrecht die zich in verschillende stadia van ontwikkeling bevinden. Ook in kleinere steden zijn of worden groepen opgezet, zoals in Nijmegen, Haarlem, Leiden, Leeuwarden, Helmond, Maastricht, Heerlen, Zaanstreek. Er zijn inmiddels al flink wat bijeenkomsten, acties en demonstraties gehouden.
De publiciteit in de grote media valt nog wat tegen. Daarvoor heeft de beweging blijkbaar nog niet genoeg 'body'. Maar de resultaten zijn positief. In Amsterdam werd op 12 december een actie gehouden bij de 'miljonair fair', om de groeiende tegenstelling tussen arm en rijk aan de kaak te stellen. De actie kende qua deelnemers een grote diversiteit. In feite gingen veel kleine groeperingen die in Amsterdam actief zijn voor het eerst sinds de jaren tachtig van de vorige eeuw weer samen de straat op voor een gezamenlijke actie. Dit betekent nu al een versterking van de belangenbehartiging van en voor mensen met een minimaal inkomen in de stad. Het uitdragen van een expliciet antiracistisch standpunt blijkt succes te hebben: opvallend veel 'niet witte mensen' sluiten zich bij de campagne aan. Dat is verheugend en noodzakelijk, als we in deze multiculturele samenleving vooruitgang willen boeken in onze strijd tegen onrecht en armoede.

Plannen

Stip aan de horizon is 16 januari 2021. Dan moeten groepen uit het hele land samenkomen als 'kick off' voor de twee laatste maanden voor de verkiezingen op 21 maart. Het moet een inspiratiedag worden, waarbij zoveel mogelijk mensen samen gaan bespreken hoe kan worden geïntervenieerd in de verkiezingscampagnes van de politieke partijen om de noodzaak van de verhoging van het minimumloon tot 14 euro onder de aandacht te brengen.
Nu al wordt op bijeenkomsten van politieke partijen, op eigen bijeenkomsten met fora van politici en tijdens acties en demonstraties, de eis van een hoger minimumloon aan de orde gesteld. En ook wordt er een begin gemaakt met het vormen van 'kernen' van activisten in diverse steden die de campagne moeten dragen en uitbouwen. De 'inspiratiedag' zou bijvoorbeeld in de Jaarbeurshallen in Utrecht kunnen worden gehouden, maar de definitieve plaats is nog onbekend. Maar de campagne richt zich niet alleen op de politiek. Bij de FNV is het nu arbeidsvoorwaardenbeleid. Dat betekent dat bij iedere cao onderhandeling de 14 euro minimumloon als eis moet worden neergelegd. En dat gebeurt ook. Alleen bij de ene werkgever wordt het meer een gevecht dan bij de ander.

Komende acties in Amsterdam

Het streven is om in Amsterdam nog voor de zomer van dit jaar een kern van 65 activisten met een minimuminkomen te vormen. Met als bedoeling dat mensen met een minimuminkomen vanuit hun eigen ervaringen in de media, aan politici en aan werkgevers vertellen hoe het is om van een minimum te moeten rondkomen.
Deze kerngroep gaat allerlei acties organiseren. Tot de zomer wordt iedere 14de van de maand een actie gehouden, te beginnen met 14 februari. Dan is het Valentijnsdag. De Amsterdamse groep van "Samen voor 14" denkt erover om op die dag een groot hart met leuzen naar de Beurs te dragen. Het zou dan gaan om een statement van de kleine beurzen aan de grote beurs. Verder is het plan om in april en mei een actieweek te houden, zoals dat in december ook het geval was. Het idee is om de diverse groepen die aan de campagne deelnemen, zichtbaar te maken. Ook zullen we ons dan richten op de hotemetoten die de verkiezingsprogramma's van de politieke partijen aan het schrijven zijn.
Zie: Buurtbijeenkomst "#samenvoor14" - 29 januari 2020, 19.30 uur Amsterdam.

Dit is nummer 399 van Solidariteitcommentaar. We brengen veertiendaags een e-mail uit met brandend commentaar op actuele ontwikkelingen. Het commentaar verschijnt eveneens op onze webstek www.solidariteit.nl. De versie op de webstek is opgemaakt en eenvoudig te printen.
Vrienden en bekenden zijn welkom en kunnen zich gratis abonneren op ons elektronisch commentaar: www.solidariteit.nl/webzine.html.
of mail ons via redactie@solidariteit.nl.

donderdag 16 januari 2020

Bijeenkomst samenvoor14



Cultuurcafé Samen voor 14. 29 januari 2020. Aanvang 19.30 uur. Eerste Helmersstraat 106. Buurthuis Jeltje. 


Buurtbijeenkomst van de nieuwe beweging #samenvoor14 georganiseerd door de Bijstandsbond en stichting Wereldse Wijk

Is het minimumloon wel genoeg om van te leven? Is er genoeg rijkdom om het minimumloon te verhogen? Er is een beweging opgericht voor een minimumloon van 14 euro per uur. Wat vinden we daarvan? Hoe kunnen we samen ervoor zorgen om het minimumloon te verhogen?

Het is tijd om samen wakker te worden en op te staan voor een eerlijke verdeling van de rijkdom. Het is een goed initiatief om het minimumloon te verhogen naar 14 euro, zodat iedereen in Nederland kan leven in plaats van overleven. Om dit te bereiken is de beweging samen voor 14 opgericht. De beweging is een initiatief van de FNV, en vervolgens doen in het hele land vele organisaties mee. In wijken en buurten in verschillende grote steden worden bijeenkomsten georganiseerd om een beweging van onderaf op te bouwen.

De armoede en de grote verschillen tussen arm en rijk worden vooral gevoeld door arbeiders, door vrouwen, door mensen die lichamelijk niet voldoen aan de heersende norm, door mensen van andere achtergronden. Bij het huidige politieke beleid en de neo-liberale economie leven velen in armoede.
Wij vinden het een goed initiatief om te eisen dat het parlement het minimumloon verhoogt tot 14 euro per uur. Hiermee stijgt ook het inkomen van mensen met een uitkering en AOW door de koppeling aan het minimumloon. Vind je dit ook een goed idee en wil je meer informatie over deze beweging opheb je vragen en ideeen hierover? Laat van je horen.

Er zijn al vele acties geweest, ook in Amsterdam en het komend jaar volgen nog veel meer acties in vele buurten. Daarom organiseren wij een buurtbijeenkomst in Amsterdam-West om over de acties en de beweging samen voor 14 te discussieren. Bezoek voor meer informatie de website voor14.nl
Er zal een inleiding worden gehouden door Jesse Oberdorf van de beweging samenvoor14. Daarna is er discussie en na afloop een gezellig samen zijn met muziek.

Wij komen op voor een minimumloon van 14 euro per uur.

Voorlichting en discussie over het minimumloon.
Tijd voor een eerlijke verdeling van de rijkdom.
Georganiseerd door
Stichting Wereldse WIJK
Bijstandsbond 


woensdag 15 januari 2020

presentatie van het project "ik ben moe van armoe" in Amsterdam Oost en debat over armoede met stellingen en oplossingen



Het armoedealfabet van Treintje Rosewater en Sonja

Abdelmiskin.

Er bestaat in Nederland een droom die suggereert dat alle succes een verdienste is, (financiële) rijkdom het resultaat van intelligentie en ongeluk het resultaat is van eigen schuld. Zo zijn er mensen die zich kunnen permitteren te zeggen dat er, als het één niet lukt, er wel iets anders langskomt, er zijn mensen die zweren dat het leven een balans is van harmonieuze tendensen en ieder krijgt wat die verdient. Al deze ideeën zijn platitudes van commentaren langs de zijlijn. Ze wijzen op een samenleving die zich in slaap sukkelt, omdat het makkelijker is blind te zijn voor alles wat niet klopt, dan mee te werken aan de oplossing.”
Dit zijn de eerste zinnen van een boekje met verhalen over armoede in Amsterdam Oost.
In 2019 startte Jungle Amsterdam in samenwerking met antropoloog Mariska Stevens een project: “Ik ben moe van armoe!”

Een groot aantal deelnemers uit Amsterdam Oost werd gevraagd om te vertellen welke knelpunten zij ervaren in inkomensproblematiek en welke oplossingen zij zelf zien. Hun verhalen zijn op humoristische, maar ook satirische wijze samengebracht in de korte publicatie “Het armoede alfabet van Treintje Rosewater en Sonja Abdelmiskin”. De verhalen en ervaringen kwamen voort uit dialoogtafels met mensen op, onder, of net boven de armoedegrens. De verhalen zijn dus gebaseerd op reële situaties maar weergegeven op fictieve locaties en met fictieve personen. Het doel van het project is om armoede uit de taboesfeer te halen en daarmee, weg van achter de voordeur en bovendien actief aan te dragen waar oplossingen liggen.

De presentatie van de resultaten van het project “Ik ben moe van armoe” vindt plaats in Jungle Amsterdam, op 30 Januari van 15.00 tot 17.00 uur, middels een drietal voordrachten en een debat waarin het publiek kan reageren op een aantal stellingen over oplossingen. Aan het eind van de bijeenkomst wordt het boekje aangeboden aan vertegenwoordigers van de stad Amsterdam.



Jungle Amsterdam

Jungle is het onafhankelijke informatie- en adviescentrum voor duurzaamheid in Amsterdam!
De Jungle staat symbool voor de mooiste natuur die wij op deze aarde hebben. Het laatste stukje pure natuur, deels nog ongerept, de longen van onze wereld, maar ook bedreigd door de mens. Het samen toe werken naar een leefbare, rechtvaardige wereld, waarin de Jungle en alle andere waardevolle gebieden behouden blijven, dat is waar Jungle Amsterdam voor wil staan. Een ontmoetingsplaats voor mensen die vol energie en met creatieve ideeën een bijdrage willen leveren aan een wereld waarin ruimte en respect is voor iedereen.
De Jungle wil om te beginnen Amsterdam Oost tot het meest duurzame stadsdeel van Amsterdam maken.
Een stadsdeel waar de verduurzaming van onderop wordt gedragen en waar ook aandacht is voor de sociale aspecten van duurzaamheid. 

Contactgegevens:
Jungle Amsterdam
Tweede van Swindenstraat 26 Amsterdam
Telefoonnummer: 020-7373326


zondag 12 januari 2020

Burgers worden gezien als fraudeurs

Ook verschenen in MUG Magazine van januari

De Participatiewet, die vijf jaar geleden werd ingevoerd, heeft de hoge verwachtingen niet kunnen waarmaken. Dat is de conclusie van een onderzoek van het Sociaal en Cultureel Planbureau. Voor mensen die vroeger werkzaam waren in de sociale werkvoorziening is de kans op werk afgenomen. Het beloofde beschutte werk bij overheid en bedrijven is immers nooit goed van de grond gekomen. Jonggehandicapten werken weliswaar iets vaker in tijdelijke baantjes, maar toch is hun inkomenspositie verslechterd. En tenslotte is voor de oude groep uitkeringsgerechtigden totaal niks veranderd.

En wat doet de verantwoordelijke staatssecretaris van Sociale Zaken Tamara van Ark van de VVD. Zij doet wat de VVD altijd doet. Zij geeft de werklozen de schuld. Die zitten liever thuis met hun karige uitkering, dan te kiezen voor de onzekerheid van een werkend bestaan. In het interview in de Volkskrant merkte ze verder op dat mensen het vertrouwen in zichzelf zijn kwijtgeraakt. De oplossing ziet zij in het feit dat de vrijblijvendheid eraf moet. De wet moet strenger worden. Iedereen die onder de wet valt moet een verplichte tegenprestatie leveren. Het gaat om wederkerigheid. Voor wat hoort wat. Daar zijn mensen in haar ogen blijkbaar niet van doordrongen en dat moet er dus ingeramd worden. De VVD is van haar voetstuk gevallen. De VVD ziet de burger niet meer als een verstandig wezen, maar in toenemende mate als een profiteur en zelfs fraudeur. Of schandaaltjes binnen de VVD over onkostenvergoedinkjes en wachtgeldregelinkjes tot deze ommekeer hebben geleid laat ik wijselijk in het midden. Maar zelfs uit onverwachte hoek krijgen werklozen ferme taal over zich heen gestort. Onlangs was in de tv-uitzending Hofbar Jasper van Dijk van de SP te gast. Het onderwerp was ook hier de hopeloos falende Participatiewet. Een kolfje naar zijn hand zou ik zeggen. Ik ging ervoor zitten. Maar het eerste wat hij zei was dat fraudeurs keihard aangepakt moesten worden. De rest ging verloren. Weggezappt. Tsja.
Jacques Peeters is spreekuurmedewerker
van de Bijstandsbond

De jacht op bijstanders in Amsterdam is weer begonnen


Ook verschenen in MUG Magazine van januari 2020

De Amsterdamse wethouder Rutger Groot Wassink van Sociale Zaken heeft woensdag 18 december een brief gepubliceerd, waarin een nieuwe aanpak van bijstandsgerechtigden wordt uitgelegd, de zogenaamde ‘cohorten aanpak’. Ondanks mooie woorden over links beleid is dit weer het zoveelste project om mensen uit de bijstand te jagen. Iedereen wordt opgeroepen, ook arbeidsongeschikten. En het huisbezoek wordt als drukmiddel ingezet. Het zal weer veel angst en stress veroorzaken bij mensen die niet kunnen werken.
De Participatiewet is sowieso een onmenselijke wet door de complexe regelgeving, de vele verplichtingen en de strenge voorwaarden waarbij je iedere cent die je extra krijgt weer moet inleveren. De wethouder gaat nu de wet strak uitvoeren, hoewel hij er zelf ook kritiek op heeft. En het ergste is nog, dat al die ambtenaren en politici denken dat ze goed bezig zijn.
De ambitieuze en onhaalbare doelstelling om het aantal bijstandsgerechtigden terug te dringen van 40.000 naar 30.000 legt druk op de werkwijze, de visie en de beoordelingen van klantmanagers. Ze moeten scoren. Het zal onrechtvaardige beoordelingen regenen en mensen onterecht in moeilijkheden brengen. Op zich is er niets op tegen om mensen op te roepen zoals de vorige wethouder, Arjan Vliegenthart, dat deed: een goed gesprek in een buurthuis, waarbij de betrokkene zelf een eigen inbreng heeft en mensen die zichzelf kunnen redden met rust laten.
De nauwe koppeling van de oproepen en gesprekken aan de uitstroomdoelstelling – het gaat uitsluitend om gesprekken om te kijken of iemand aan het werk kan blijkt uit de oproepbrief – betekent dat alles en iedereen onder druk komt te staan, waarbij de vertrouwenskloof tussen de bijstandsgerechtigden en de uitvoeringsorganisatie alleen maar groter wordt.
Het overgrote deel van de Amsterdamse bijstandsgerechtigden is arbeidsongeschikt, dat geldt ook landelijk. Maar waarom wil dat maar niet doordringen tot de beleidsmakers en waarom blijven ze voortdurend focussen op uitstroom naar betaald werk?
In Amsterdam leven 40.000 gezinnen beneden het sociale minimum blijkt uit de Armoedemonitor. Veel mensen met een laag inkomen zien er van af om een beroep te doen op de gemeente om hun inkomen aan te vullen tot het wettelijk sociaal minimum (WSM). Mensen die het wel proberen raken verstrikt in de complexiteit van de regelgeving en de strenge eisen van de Participatiewet, waarmee die wet moeilijk toegankelijk is. De gemeente heeft niet veel beleidsvrijheid om daar echt iets aan te doen, want het gaat om landelijke wetgeving. Maar in plaats van de ruimte die er wel is te benutten, wordt de gemeentelijke uitvoering strak gekoppeld aan de landelijke regelgeving. De gemeente onderzoekt niet hoe het komt dat zoveel gezinnen onder het WSM leven.
Met het nieuwe beleid van de wethouder worden nu al uitkeringen stopgezet van mensen die niet meteen reageren. Het kan de gemeente niet schelen wat er met ze gebeurt, het wordt niet onderzocht. Ook is onduidelijk wat als gevolg van het nieuwe beleid de uitstroomcijfers tot nu toe betekenen. Vinden mensen duurzaam een baan? Worden uitkeringen stopgezet en je zoekt het verder maar uit?
Een eerste vereiste voor de gemeente is om de gevolgen van het nieuwe beleid voor al die mensen te onderzoeken.
Piet van der Lende, Bijstandsbond

maandag 6 januari 2020

Recht op huurtoeslag verruimd

Er zijn op dit moment al veel mensen die niet weten dat ze recht hebben op huurtoeslag. En dat worden er nog veel meer, want vanaf 1 januari 2020 zijn de voorwaarden voor het recht op huurtoeslag verruimd. Vanaf 1 januari van dit jaar hebben ongeveer 115.000 extra huishouders recht op huurtoeslag, waaronder veel ouderen maar ook werkenden. Het gaat om huishouders die tot dit jaar geen aanspraak konden maken op huurtoeslag. Dat komt omdat de harde inkomensgrens voor huurtoeslag vanaf 1 januari 2020 is verdwenen. Nu is het nog zo, dat iemand bij overschrijding van de maximale inkomensgrens met 1 euro, geen recht heeft op huurtoeslag. Vanaf dit jaar verdwijnt dit schokeffect; ook als iemand over de huidige inkomensgrens heen gaat, verliest hij/zij niet meteen het recht op huurtoeslag. Praktisch gezien verschuift de grens met ongeveer 5.000 euro.

Een voorbeeld:
Een alleenstaande AOW-er, met een inkomen van € 23.000 die per maand 600 euro huur en 12 euro servicekosten betaalt. In 2019 had deze AOW-er geen recht op huurtoeslag omdat het inkomen te hoog is. In 2020 is er recht op 171 euro huurtoeslag per maand!

Het gaat om mensen die door de verruiming van de regels recht op huurtoeslag krijgen. Mensen die al vóór 1 januari 2020 recht hebben op huurtoeslag, krijgen vanzelf de juiste toeslag vanuit de Dienst Toeslagen.

donderdag 2 januari 2020

Brief contributie van de Bijstandsbond in 2020


Amsterdam, 02-02-2020
Aan de leden en donateurs van de Bijstandsbond,

Allereerst de beste wensen voor 2020. Moge 2020 een jaar worden waarin de (inkomens) positie van mensen met een minimuminkomen verbetert en dat dankzij acties- o.a. in het kader van samenvoor14- het minimumloon en de daaraan gekoppelde uitkeringen een stuk omhoog gaan.

Hierbij vraag ik u ook de contributie voor 2020 over te maken. De contributie bedraagt 17 euro per jaar.. Van de leden die na augustus 2019 betaald hebben is in de ledenadministratie opgenomen dat zij voor 2020 betaald hebben.

U kunt de contributie overmaken op girorekening NL22 INGB 0004 5548 41. Maar u kunt de contributie ook contant betalen op ons kantoor. Dinsdag en donderdag van 11.00 uur tot 16.00 uur. Indien u nog niet bezig bent met internetbankieren kunt u een overschrijvingskaart gebruiken. De acceptgiro's hebben wij afgeschaft.

Begonnen als zelforganisatie van bijstandsgerechtigden heeft de bond in de afgelopen veertig jaar onnoemelijk veel activiteiten en acties georganiseerd, zelfstandig en in samenwerking met anderen:van acties tegen tandenborstelcontroles tot acties tegen dwangarbeid; deelname aan nationale en internationale bijeenkomsten tegen armoede; en al die jaren hield de bond een spreekuur waardoor duizenden mensen met raad en daad terzijde zijn gestaan.

De Bijstandsbond is een vereniging van vrijwilligers. Er zijn geen betaalde krachten. De werkzaamheden worden verricht door mensen die zelf een minimumuitkering of minimum inkomen uit ander werk hebben. De vereniging ontvangt geen structurele subsidie van de overheid of particuliere fondsen. De staande organisatie wordt gefinancierd door incidentele subsidies en bijdragen van de leden. De kosten kunnen laag gehouden worden omdat we in het woon-werk pand Tetterode in Amsterdam weinig huur betalen. De Bijstandsbond heeft de ANBI status.

Het afgelopen jaar hebben wij actie gevoerd om meer inkomsten te krijgen omdat de Bijstandsbond financieel moeilijk zat. Door deze extra inkomsten hebben wij het vol kunnen houden, maar het komend jaar zal er weer een substantieel bedrag binnen moeten komen om onze werkzaamheden voort te zetten.

De Bijstandsbond heeft ook een berichtenlijst waarbij regelmatig nieuwsberichten en standpunten van de Bijstandsbond per email worden gestuurd. Als u daar nog geen lid van bent, kunt u gratis lid worden. U kunt zich op de lijst inschrijven. bijstandsbond-subscribe@lists.riseup.net U krijgt dan een email die u met een klik kunt terugsturen. Maar u kunt ook een emailtje sturen naar info@bijstandsbond.org. Dan schrijven wij u in.

Met vriendelijke groet,
Piet van der Lende